Copuleer de supermarkt!

(Een licht gecensureerde titel omdat: “fuck de supermarkt” in deze tijd van overtrokken politieke correctheid mij duur kan komen te staan.)

De onderwijstwist deel 5 zal nog even op zich laten wachten daar ik momenteel maar weinig visioenen uit de toekomst binnen krijg. Tot die tijd mag u zich genoeglijk vermaken met onderstaand stukje pure menselijke galspugerij.

Deze ochtend landde het besef dat wij de afgelopen dagen waren vergeten om boodschappen te doen via het www. Prachtig middel dat internet. Je gaat naar het platform van je keuze. Je zoekt je boodschappen uit en kiest een bezorgmoment. Een bestelbus komt voorrijden en een doorgaans vriendelijke chauffeur reikt de boodschappen aan. Je laat je bankpas door het mobiele apparaat van de bezorger heen slurpen en klaar. Helaas kan het dan nog wel eens gebeuren dat er beschadigde goederen tussen je levering zitten. Dat is de chauffeur niet aan te rekenen, dat is een zaak voor de rauwdauwers die onder veel te hoge tijdsdruk je boodschappen in de kratten moeten jengelen. Het zal helaas nog wel even duren voordat de organisatie in kwestie een AH-erlebnis krijgt en besluit daar wat aan te doen. Voor mij als consument is af en toe bellen om de door mij “geleden” schade te melden een kleine prijs om vooral niet naar de supermarkt te hoeven.

Deze morgen ontkwam ik er helaas niet aan. Bewust als ik poog te zijn, pakte ik mijn brute transportfiets met laadbak en ik vertrok. Begrijp me goed: ik gun iedereen doorgaans licht in de ogen en eten in de mond. Edoch als ik door de supermarkt loop, is dat meestal met een al dan niet zichtbare donderwolk boven mijn hoofd. Dan heb ik er ook even geen zin in om dit humane principe al te expliciet te moeten uitdragen. “Mag ik er alstublieft even bij meneer?”, “Oh pardon mevrouw, mag ik even passeren?” Mensheid doe me een lol en laat me gewoon in sneltreinvaart door die winkel heen stieren, mijn spullen pakken en wegwezen! Zelfs als het niet druk is, kun je dat vergeten. Gelijk al bij de ingang staat er een tuthola zodanig te drentelen dat ze het pad blokkeert. Waarom in Wodan’s naam?! Ik weersta de verleiding om met mijn kar haar opzij te schaven. Fijn! Ze loopt eindelijk uit zichzelf naar de schappen. Op naar de melk! Pffff, daar staat iemand uitgebreid te filosoferen over zijn keuze. Vent, neem een besluit en verspil de dierbare tijd van andere mensen niet! Nee, hoe kinderachtig misschien ook, ik krijg geen beleefdheden uit mijn strot vandaag. Ik schuif wel even door naar de yoghurt. Dat kost immers ook het minste energie en uiteindelijk heeft de medemens in principe geen schuld aan de staat van mijn humeur. Wat doet die irritante entiteit? Hij schuift plotseling ook op, staat wéér pal in de weg en gaat aldaar net zo lijzig staan dromen als bij de melk. Alsof hij ogen in zijn rug heeft, alsof hij mijn pestbui kan ruiken. Grrrrr…..
Goed, de melk en de yoghurt liggen in de kar. Nu moet ik pastasaus hebben. Je zou denken dat je dat bij de pasta’s en dergelijke kunt vinden. Hoe opmerkelijk is het dat op weg naar het bewuste pad die anderhalve man en een hondenkop alhier aanwezig precies zo strategisch staan opgesteld, dat ik niet lekker snel kan doorlopen. Alsof het afgesproken werk is.
Vervolgens moet ik er achter komen dat in precies deze supermarkt de pastasaus mijlenver van de pasta vandaan staat op de meest onlogische plek die men zich kan voorstellen.
Heb ik het goede schap eindelijk gevonden, staan er over de volle breedte twee wandelende relatieproblemen uitgebreid en luidkeels hun huwelijksperikelen te bespreken. In die kleine fractie van een seconde dat ik mijn zelfbeheersing verlies, zet ik mijn vuilste blik op en ontbloot met een gemene grom een van mijn barbaarse hoektanden. Als het niet zo a-civiel was, zou ik dat vaker moeten doen. Ze gingen keurig opzij (muhahahahah!).
Bij de kassa ging het gelukkig allemaal een stuk soepeler. Een van de hardwerkende dames verwerkte vlot en vriendelijk mijn boodschappen zodat ik snel weer naar huis kon om mij met de mooie dingen van het leven bezig te kunnen houden. Alleen al daarom was het achteraf maar goed dat ik toch maar had besloten de supermarkt in dezelfde staat achter te laten als ik hem had betreden.

Maximus Mopperkloot

Advertisements

De onderwijstwist deel 4

Een hilarische onderwijskomedie in meerdere episodes. Het verhaal dreigt wat uit zijn voegen te gaan groeien…Dit keer niet al te heftige opstuwende passages dus leest u met een gerust hart bij de maaltijd.

‘Welkom gerespecteerde wezens, bij een nieuwe aflevering van: “Ook maar een mening”, het speculatief wetenschappelijk praatprogramma. Het thema van deze avond houdt de gemoederen al geruime tijd bezig. Het rommelt in onderwijsland, dat is geen nieuws. Het rommelt daar al enige decennia. Nieuw is het opgelaaide debat over het al dan niet terugdraaien van de zogeheten:
“Grote onderwijsrevolutie”. Het docentenkorps in het land is verdeeld en de meeste schoolleidingen willen van geen wijken weten. Evenals Jesse Broekebröller, de minister van onderwijs. Die heeft zich na een lang stilzwijgen eindelijk over de situatie uitgelaten. Laten we gaan kijken naar beelden uit het NOS-journaal van afgelopen week.’
Op een groot scherm in de studio verscheen een gladgeschoren man met grijs krulhaar en borstelige wenkbrauwen in een flamboyant geruit kostuum.
‘Wij zullen niet wijken. De weg die wij hebben ingeslagen, zullen we blijven volgen. Dit onderwijs is het beste voor het welzijn én de ontwikkeling van onze kinderen.’
De man oogde ferm en strijdbaar. De journalist trachtte nog een uitleg dan wel extra statement van hem los te krijgen. ‘Meneer Broekebröller, u spreekt liever van: “Het Nationale Onderwijs,” echter in opstandige kringen wordt het ook wel: “zwevend leren” genoemd. Enerzijds is dit systeem van staatswege uitgevaardigd. Anderzijds staat de wet én dus de democratie niet toe dat andere, minder gangbare onderwijsvormen verboden kunnen worden. Wat is uw visie daar op?’
De minister trok een valse grimas: ‘Democratie heeft ook grenzen.’
‘Moeten we hier uit opmaken dat er aan een wetsvoorstel wordt gewerkt?’
‘Democratie heeft ook grenzen. Ik dank u.’

‘Stevige taal van de minister. Vanavond bij mij hier aan tafel misschien wel hét boegbeeld van het verzet: Evertdina van Gawegol, directrice van het: Regionaal PUS-college te Schiebeukerambacht.’
Sommige aanwezigen beviel het totaal niet dat Evertdina op een zinderend applaus werd getrakteerd.
‘Aan mijn linkerzijde: de directeur van het concurrerende Inanislyceum: Marnix Glibberaars.’
Een aantal typische figuren al dan niet gekleed in tuinbroek trachtten in een bijna extatische toestand het applaus van zonet te overstemmen.
‘Marnix Glibberaars, Uw Inanislyceum krijgt steeds meer concurrentie te duchten van het naburige PUS-college. Het spreekt voor zich dat u daar niet zo blij mee bent.’
‘…Kom nu Matthijs, ik ben niet gekomen om aan te horen hoe jij open deuren intrapt…’
‘Zoals je wilt. Dan ga ik gelijk over naar mijn vraag. Begrijpt u de weerstand die er momenteel is tegen het heersende onderwijssysteem?’
‘…Mensen die liever slaven blijven, zullen er altijd zijn.’
Evertdina moest een beetje grinniken van die opmerking. Marnix Glibberaars “besloot” daar aanstoot aan te nemen.
‘En dat er mensen zijn die profiteren van die blindheid is volstrekt kwalijk te noemen. U bent een gevaar voor de samenleving. Mensen zoals u zouden opgesloten moeten worden!’
Het vak vol tuinbroeken op de tribune ving wederom een uitzinnig gejuich aan. Het kamp dat duidelijk was gekomen voor Evertdina reageerde met een luidkeels boegeroep. Evertdina zelf hield haar lach in.
‘Evertdina van Gawegol, wil jij daarop reageren?’
‘Ik zal het eens proberen,’ zei ze. Glibberaars had zichzelf in een gereserveerde stand met zijn armen over elkaar geposteerd. Evertdina koos ervoor om haar reactie algemeen te houden.
‘Laat ik het als volgt omschrijven: In de huidige staat van het onderwijs wordt uitgegaan van de hardnekkige opvatting dat een kind uit zichzelf tot leren komt.’
‘Is dat niet zo dan?’
‘Dat leren zo zou werken is al menigmaal weerlegt door wetenschappelijk onderzoek.’
Glibberaars stoof op.
‘Dit zijn leugens! Grove leugens en misleiding! U doelt op de verderfelijke leer van Paulus Craschner en zijn handlangers. Dat soort bazuinde al ver voor de grote onderwijsrevolutie rond dat we kinderen: “basisvaardigheden” moeten aanleren.’ Glibberaars sprak het woord uit alsof het tegelijk met zijn avondeten naar buiten kwam zetten.
‘Jij hebt duidelijk grote bezwaren tegen de vermeend klassieke aanpak.’
‘Het zou voor iedereen voor zich moeten spreken daar tegen te zijn. “Klassieke aanpak” zegt u,
“schandelijke aanpak” is beter omschreven. Wie laat nu toe dat onze kinderen in rijen aan tafels worden vastgeketend?’
‘Evertdina, ik zie aan je dat jij hier iets op te zeggen hebt. Zitten de kinderen bij jou aan tafel vastgeketend?’
‘Het is al te zot voor woorden dat ik hier antwoord op moet geven,’ sprak ze spottend lachend.
‘Zou je er toch inhoudelijk op in willen gaan?’
‘Ja mevrouw van Gawegol. Wilt u er toch inhoudelijk op ingaan,’ snerpte Marnix Glibberaars.
‘Meneer Glibberaars, u heeft het woord niet!’
‘Oh ja, natuurlijk. Mijn excuses.’
‘Nou vooruit. Mijn kinderen zitten niet vastgeketend aan tafel.’
‘Heb je een verklaring voor de aantijgingen van Marnix?’
‘Jazeker, die heb ik. Mijn collega hier beroept zich op een vermeend bewezen historisch feit.’
De presentator gebaarde Marnix bij voorbaat dat hij Evertdina moest laten uitspreken. Hij had de grootste moeite om gelijk al aan het begin van de uitzending de boel onder controle te houden.
‘Dit is het resultaat van een uit zijn verband gerukte commercial aan het begin van de grote onderwijsrevolutie. Dat is een eigen leven gaan leiden.’
Marnix kon zich niet meer inhouden en de presentator bleek niet in staat hem te stoppen.
‘Die commercial, Mevrouw van Gawegol,’ gromde hij, ‘was gebaseerd op onderzochte feiten hoort u! Onderzochte feiten! Marnix Glibberaars ging staan met zijn vinger omhoog.
‘Ik zeg u! Op het PUS-college gebeurd het nog steeds!’
‘Zo treurig is het landelijke onderwijs er nu aan toe. Het enige onderzoek dat gedaan zou zijn, is onderzoek dat niet klopt. Leuk verzonnen, dat wel.’
‘Hier is niets aan verzonnen van Gawegol. Helemaal niets!’
De presentator wilde van Glibberaars een verklaring horen.
‘Dat is nogal een beschuldiging. Kan jij dit hard maken?’
Marnix nam een slok, zette zijn glas terug op tafel en leunde met zijn armen over elkaar achterover.
‘Laat ik het zo zeggen: Ik zie het rapport van de onderwijsinspectie met belangstelling tegemoet.’
De presentator richtte zijn blik op Evertdina.
‘Is de inspectie bij jou op bezoek geweest?’
‘…Ja, die heeft ons inderdaad een bezoekje gebracht…’
Voor even viel er een vreemde stilte.
‘…Wat ik mij afvraag: Marnix, hoe weet jij dat? Het lijkt me niet dat jij er iets mee te maken hebt als bij ons de inspectie op bezoek komt.’
Marnix verslikte zich.
‘Nou eh…’ Hij viel terug op zijn gladde glimlach.
‘Ik bedoel natuurlijk dat het niet anders dan een kwestie van tijd kan zijn alvorens de inspectie daar op de stoep staat. Het stemt mij verheugd dat er nu eindelijk eens tegen die verderfelijke praktijken wordt opgetreden.’
Wederom kwam de tribune vol met Marnix-aanhangers van uitzinnigheid nog net niet klaar. Iets wat gelukkig niet al te goed was te horen door het overstemmende boe-geroep van de Evertdina-fans. Die wachtte rustig tot het geluid verstomde en de presentator haar het woord gaf.
‘Evertdina, wat zou je hierop willen zeggen?’
‘Tja, als de inspectie gaat beweren dat ze kinderen aan de ketting hebben gezien, zijn ze óf glashard aan het liegen óf ze hebben wat verkeerds op.’
Een man uit het vak van de Evertdina – fans beende de tribune af en viel haar luidkeels bij:
‘LAAT IK HET STERKER STELLEN! HET HELE LANDELIJKE ONDERWIJS HEEFT WAT VERKEERDS OP! DE ENIGE SCHOOL WAAR JE JE KINDEREN MET GOED FATSOEN HEEN KUNT STUREN, IS NAAR HET PUS – COLLEGE!’
Meteen schoten er twee beveiligers toe om de man zonodig af te voeren. Marnix Glibberaars bleef stil zitten. Van zijn gezicht viel af te lezen dat hij hem het liefst zou aanvliegen.
‘Meneer, u begrijpt hoop ik dat u wat dreigend overkomt. Vandaar dat de beveiliging in de startblokken staat.’
‘U heeft van mij niets te vrezen. Ik wilde dit alleen even duidelijk laten weten.’
‘Mag ik vragen wie u bent?’
‘Mijn naam is: Ferdi Fugépel.’
‘Evertdina, ken jij deze meneer?’
‘Jazeker, zijn beide dochters zitten bij mij.’
‘Goed, blijft u alstublieft even bij de microfoon.’
De presentator richtte zich nu tot iedereen aanwezig.
‘Dames en Heren, u ziet dat de veiligheidsmensen paraat staan want de situatie dreigde te escaleren. Ik wil alsnog proberen een inhoudelijke discussie te starten.’
Glibberaars begreep al te goed dat hij nu beter geen sores meer kon gaan trappen.
‘Meneer Fugépel, laat ik u er bij betrekken. Wat doet het PUS-college wat andere scholen niet doen?’
Plots ging vanuit de tribune een tuinbroek op croqs bij de microfoon staan.
‘Mag ik even onderbreken?!’
De tuinbroek op croqs vroeg het vrij netjes. Ferdi gebaarde hoffelijk dat het prima was.
‘Gaat uw gang.’
‘Hoe weten wij dat de neutraliteit van dit podium is gewaarborgd? Wij hebben sterk het idee dat dit programma op de hand van het PUS – college is.’
‘Ik moet zeggen dat ik uw neutraliteit ook in twijfel trek,’ zei Glibberaars.
Waar de presentator zich eerst nog wat liet intimideren doordat de gemoederen gelijk aan het begin van de uitzending hoog opliepen, nam hij nu de leiding.
‘Het is heel eenvoudig. Wij zijn een neutraal programma. U mag straks reageren. Nu is het woord aan dhr Fugépel.’ Dat was dat.
‘Nogmaals. Wat doet het PUS – college wat andere scholen niet doen?’
‘Gewoon les geven.’
Marnix Glibberaars wendde zijn hoofd af.
‘Moeten we op je gezondheid letten Marnix?’
De presentator refereerde naar hoe de directeur van het Inanis – Lyceum eerdaags “onwel” werd van dit “schokkende” onderwijsconcept.
‘…Ik heb het bestaan van schadelijke opvattingen een plaats kunnen geven. Gaat u verder…’
De presentator richtte zich weer tot Ferdi Fugépel.
‘U zegt: “gewoon lesgeven”, kunt u dat nader uitleggen?’
‘Dat ik dat moet gaan uitleggen, zegt wel hoe ziek het onderwijs is! Jij hebt vroeger toch ook gewoon wiskunde gehad? Aardrijkskunde en dat soort dingen?’
‘Uh..jazeker!’
Evertdina volgde het gesprek nog met dezelfde glunderlach als daarnet.
‘En ben je daar slechter van geworden?’
‘Nee, helemaal niet. Integendeel!’
‘Nou, dat bedoel ik!’
Marnix brak in.
‘Hele generaties zijn volgestopt met ken – nis. Verstorende materie die alle verbeelding letterlijk heeft vermoord! Hele generaties fantasieloze mensen. Ze beseffen niet eens dat ze geestelijk compleet zijn afgestompt.’
‘Volgens mij snap jij het niet helemaal, meneer Glibberanus.’
‘Helaas snap ik het maar al te goed. Uw dochters worden dezelfde afgevlakte producten als u door dat verderfelijke on – der – wijs dat ze genieten’!
‘Kunt dan vertellen wat er zo schadelijk is aan wat het PUS-college doet?’
‘Het PUS – college is het summum van afstompen. In het huidige landelijke systeem krijgt ieder kind de volledige vrijheid van ontwikkeling zonder dat het wordt gehinderd door kennis en gekaderde vaardigheden.’
‘En dat is volgens u de beste manier?’
‘De ENIGE manier! De ENIGE!’
Evertdina was niet van plan zich door de aantijgingen van Glibberaars van de wijs te laten brengen. Ze wilde steevast volhouden pas te gaan spreken als de presentator haar om een reactie zou vragen.
‘Evertdina? U begrijpt al wat ik u wil vragen?’
‘Dat denk ik wel Matthijs. Ik zal uitleggen hoe wij het zien op het PUS. Kinderen een zekere vrijheid geven tijdens leren, hoeft op zich helemaal niet verkeerd te zijn. Wij doen dat ook ondanks dat we ze wel met kettingen aan de tafels vastklinken.’
Een luid schaterlachen weerklonk vanaf de Evertdina – gezinde tribune.
‘Het probleem met het hedendaagse onderwijs op de meeste scholen is dat het alleen maar uit vrijheid bestaat. Dáár gaat het mis.’
‘En waarom gaat het volgens jou mis?’
‘Vergelijk het met op reis gaan. Het grootste deel van de tijd zijn wij bezig met de kinderen leren hun tas in te pakken. Met andere woorden: kennis en vaardigheden bijbrengen. Zodra een kind zelf daarmee gaat werken, begint het aan de reis op zich. Hoe meer een kind weet en kan, hoe meer mogelijkheden het heeft om zich verder te ontwikkelen en ook creatief te zijn.’
‘Om in de metafoor te blijven: begrijp ik hier uit dat volgens jou andere scholen de kinderen met onvoldoende bagage op reis sturen?’
‘Niet eens onvoldoende, géén bagage. Het resultaat is dat een kind niet verder komt dan een beetje marginaal prutsen.’
‘Vandaar dus: “wij knijpen er uit wat er in zit”. Een stevige slogan mag ik wel zeggen.’
‘Dank u,’ Evertdina knikte minzaam.
‘Marnix, ik neem aan dat jij het hier niet mee eens bent?’
‘De zoveelste open deur van de avond. Nee dat ben ik zeker niet. Vrijheid is het sleutelwoord tot volledige ontplooiing!’
‘En kennis is daarbij niet nodig?’
‘Schadelijk zelfs. Daarbij heeft de wetenschap zich door de geschiedenis al te vaak gemanifesteerd als één grote brij van leugens en misleiding. Kennis is zo houdbaar als rotte vis.’
Evertdina haakte hier heel gevat op in.
‘Die leugens en misleiding hebben de laatste jaren vooral de onderwijswetenschappen besmet en dat is niet te wijten aan de wetenschappers zelf.’
‘Aan wie dan?,’ vroeg de presentator.
Aan al die beunhazen die denken dat ze verstand van onderwijs hebben. Helaas hebben ze wel verstand van verkoop. Als zij een onderwijsconcept ergens in de verte wel geloofwaardig kunnen doen voorkomen, hobbelen hele kuddes er achteraan zonder vragen te stellen. Voordat degelijke onderwijswetenschap kenbaar heeft kunnen maken dat een concept totaal niet werkt, is het al een geloof geworden.’
Marnix werd vals in zijn ogen.
‘Ik hoor hier wéér de invloed van Paulus Craschner.’
‘Je noemde hem zojuist al.’
‘Ja, mijn ”concullega” hier is slechts een spreekbuis, een marionet. Hij is één van de aanjagers van de beweging die ons dierbare nationale onderwijs probeert te ondermijnen.’
‘Hij is nergens aanjager van. Hij heeft alleen meermaals aangetoond dat de meeste scholen nu gewoonweg verkeerd bezig zijn. Hij staat daar niet alleen in.’
‘Waaruit blijkt dat?,’ vroeg de presentator.
‘Ten eerste spreken steeds meer wetenschappers zich uit tegen het huidige onderwijsbeleid. Dat gebeurde trouwens al ver vóór de onderwijsrevolutie. Ten tweede: beroepsopleidingen en universiteiten klagen steen en been.’
‘Waarover?’
‘Dat de studenten niets kunnen, niets weten. Vaak worden extra docenten ingehuurd om ze eerst te leren een fatsoenlijke tekst te schrijven of bijvoorbeeld rekenen vóórdat er aan het gebruikelijke curriculum kan worden begonnen.’
‘Is het zo erg?’
‘Dat zijn leugens! Grove leugens. De vervolgopleidingen zijn eerder blij dat er zulke creatieve mensen naar hen toe komen.’
‘Nee collega! Beslist niet. Het afgelopen jaar zijn er al afgevaardigden van zeven hbo-instellingen en vijf universiteiten bij mij op school geweest met de vraag of de leerlingen alstublieft naar hen toe wilde komen want bij ons word er nog behoorlijk onderwijs gegeven. Ze boden er zelfs gratis studentenhuisvesting bij aan. Wat zegt dat?’
Voordat Glibberaars wilde gaan reageren, legde de presentator het: “gesprek” stil.
‘Een momentje alstublieft.’
Een medewerker van de studio kwam op de presentator af gelopen en stopte hem twee notities in de hand. Deze keek verbaasd bij het lezen van het bovenste blad.
‘Evertdina, Marnix en alle aanwezigen. Zojuist bereikt ons het bericht dat Paulus Craschner is opgepakt wegens opruiing. Dit vanwege de uitlatingen in zijn laatste publicatie. De minister heeft gezegd dat er meer arrestaties gaan volgen.’
Meteen ontstak het Marnix-kamp in een daverend applaus. Marnix gebaarde hen met een glimlach tot stilte.
‘Gerechtigheid! Gerechtigheid!’ Sprak hij met een valse tandenknarsende lach.
‘Zo zakken wij af naar een dictatuur,’ reageerde Evertdina die door dit plotselinge bericht toch wel een beetje uit haar doen was gebracht.
‘We kunnen hier wellicht nog over doorpraten maar ik heb hier ook nog een tweede bericht dat ik bekend moet maken.’ De presentator nam het blad voor zich. Hij schrok zichtbaar toen hij de inhoud las.
‘Mogen wij nog weten wat het bericht is?’ Marnix genoot nog na van de eerste mededeling.
De presentator nu had moeite zijn neutraliteit te bewaren tijdens het voorlezen van de tekst op het tweede papier.
‘Hier staat dat het kabinet een uur geleden een nieuwe wet heeft aangenomen. Het onderwijs zoals het nu op de meeste scholen wordt gegeven, werd door de minister officieus al:
“Het Nationale Onderwijs” genoemd. Die benaming is officieel gemaakt en alle andere vormen van basis- en voortgezet onderwijs zijn met onmiddellijke ingang bij wet verboden.’
Evertdina schrok hevig en haar fans op de tribune vielen stil. Het andere kamp ontstak in een zinderend juichen en joelen. Marnix Glibberaars barstte prompt in vreugdetranen uit.
‘EINDELIJK! EINDELIJK!’
Op dat moment drong een kleine politiemacht de studio binnen en twee agenten grepen
Evertdina van Gawegol. ‘Mevrouw van Gawegol, u wordt gearresteerd op verdenking van stelselmatige kindermishandeling!’
Door de microfoons op tafel kon het publiek horen wat de politie zei.
‘PIKKEN WE DIT?!’
De brute stem van Ferdi Fugépel bulderde boven alles en iedereen uit. De Evertdina-fans kwamen woedend van de tribune en stoven op de politie af. Die trokken prompt hun pistool om de menigte op afstand te houden. Oververhit van emotie verlieten nu ook de Marnix-fans de tribune. Wat volgde was een ongenuanceerde kloppartij. De politie maakte van de chaos gebruik om Evertdina weg te voeren. Het werd nog gekker toen ook een eenheid van de ME de studio binnenviel.
Marnix Glibberaars was er inmiddels tussenuit geglipt. In een donker hoekje achteraf pleegde hij fluisterend een telefoontje.
‘Meester Barth, Marnix hier. Het is begonnen…’

Wordt vervolgd…

De onderwijstwist deel 3

‘Fraukje, heb jij dit gezien?’
‘Wat moet ik gezien hebben Kees?’
‘Dit artikel.’
‘Waar gaat het over?’
‘Over zogeheten: “directe instructie”, schijnt een heel nieuw onderwijsconcept te zijn.’
‘Nooit van gehoord. Vertel eens in het kort hoe het werkt.’
De docent schraapte zijn keel en likte de resterende kruimels lunch van zijn vingers.
‘Het is in principe heel eenvoudig zeggen ze. Als je een kind iets meerdere malen voordoet en je laat het dan oefenen, is het effect dat het kind sneller en beter leert.’
Fraukje scande vluchtig de tekst en wierp een even zo snelle blik op de foto’s en de weergegeven grafieken. Vervolgens sloeg ze het blad dicht om de voorpagina te bekijken.
‘OOEEEAAAAH!! HET LEERGILDE!’
Ze schoot zowat tegen het plafond omhoog.
‘Weet Marnix dat dit blad hier ligt?’
De jongeman begreep haar hysterische reactie totaal niet.
‘Uh..nee. Ik denk het niet.’
‘Weet jij wat dit is?! Wéét jij wel wat dit is ?!’
Ze stond voorover gebogen met haar armen leunend op de tafel. Ze probeerde haar collega zo boos en verwijtend mogelijk aan te kijken. De uitdrukking op haar zwaar geplamuurde gelaat had ondanks haar poging meer weg van angst.
‘Als Marnix ziet dat jij zulke bevuilende lectuur in de school verspreid, ga je het hier nog heel zwaar krijgen!’
Dat maakte op de jonge docent niet bijster veel indruk. Hij zag niet in waarom niet gelezen mag worden wat hij aan het lezen was.
‘Joh, het: “Leergilde”? Ik weet niet eens wat dat is. Trouwens, dit blad heet:
“Het verstand”, ik wist in het geheel niet waar het van was. Wat wil je me nu eigenlijk vertellen?’
Fraukje trachtte al trillend en nog net niet schuimbekkend haar uitleg te geven.
‘Dit blad is afkomstig van het: “Leergilde”. Dat is een onderwijsbeweging die verboden zou moeten worden. Als die lui hun zin krijgen, worden kinderen weer geprogrammeerde robotjes. Dan moeten ze weer in rijen zitten met een ketting aan hun enkel net zoals daar…daar op dat P..Puscollege.’
Ze wees opgefokt naar buiten in de richting van waar het vermaledijde
Regionaal PUS-college zich bevond. Op dat moment kwam Vafara binnen.
‘Natuurlijk! JIJ zit hier achter! Jij was het! Jij hebt dit hier neergelegd!’
Ze beende tierend en briesend op Vafara af met het “verderfelijke” blad in haar handen.
‘Wat heb ik waar neergelegd Fraukje?’
Vafara schrok ook al niet. Fraukje bleef gaan.
‘Dit komt van jou af hèh? Jij was het!’ Jij moet het geweest zijn!’
Vafara bleef ijzig kalm.
‘Wat is dit voor iets? Mag ik eens zien?’
Fraukje kreeg een net zo gloeiend hete opvlieger als toen directeur
Marnix Glibberaars het rode lampje voor: “niet storen” aanzette. Nu was het van woede. Waar het toen door kwam, kon niet worden bevestigd omdat het rode lichtje immers brandde.
‘Alsof jij niet weet wat voor blad dit is!
ALS-OF JIJ NIET WEET WAT VOOR BLAD DIT IS!’
Vafara moest moeite doen haar lach in te houden. Ze bladerde eens rustig door het stuk vakliteratuur.
‘Nee, dit is niet van mij. Het is geen onzin wat er in staat, moet ik zeggen.’
‘Ik waarschuw jou jongedame! De minste of geringste geldige reden en ik maak je met de grond gelijk.’
‘Sinds wanneer mag jij collega’s bedreigen?’
Fraukje wist haar reactie te beperken tot een vuile blik en beende de docentenkamer uit. Vafara en Kees keken elkaar aan. Kees controleerde snel even of er niet een of andere hielenlikker in de docentenkamer of anderszins in de buurt was. Vervolgens barstten beiden in een schaamteloos schaterlachen uit.
‘Nog ondeugend geweest?,’ vroeg Vafara nadat de ergste lachbui bij beiden over was.
‘Nou en of. Ik heb Engels gedoceerd. De kinderen wisten niet wat ze meemaakten toen ik de grammatica uitlegde. We hebben een paar uur lang in het Engels zitten converseren. Ze hadden nog nooit zo veel geleerd zeiden ze.’
‘Dat had ik vandaag,’ reageerde Vafara. ‘Ik legde uit over zwaartekracht en ze zaten te luisteren alsof het magie was.’
‘Moeten we niet een beetje op gaan passen?’
‘Bij mij hebben de leerlingen beloofd te zeggen dat ze er zelf om hebben gevraagd.’
‘Bij mij ook, het is alleen te hopen dat niemand de mond voorbij praat. En zal de directie geloven dat de kinderen zelf om les hebben gevraagd?’
‘Het kan helpen dat de directie in wonderen gelooft.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Onze directeur gelooft dat een kind dat nog nooit van zwaartekracht heeft gehoord ons écht uit zichzelf gaat vragen om zwaartekracht uit te leggen. Dat komt immers op het kind af gewaaid vanuit het universum, snap dat dan!’
‘Oh, ik dacht altijd dat de elfjes de kinderen dat soort dingen influisteren.’
‘Het zou heel goed kunnen dat het zo gebeurd collega’s.’
In de deuropening stond Marnix Glibberaars, de directeur van het Inanislyceum. Vafara en Kees wisten even niet wat ze moesten doen. De rat op naaldhakken genaamd: “Fraukje” was vast weer bij de directeur gaan likken en verklikken. In het midden gelaten of dat eerste letterlijk en/of figuurlijk genomen moest worden.
Vafara herpakte zich: ‘Dat van het universum of de elfjes?’
‘Beide, we moeten niets uitsluiten als het gaat over hoe een kind tot leren komt.’
Waar hij enige dagen terug nog op het punt stond om Vafara te intimideren, was hij nu zoals wel vaker weer glad en voorkomend.
‘Ok, dus wij hoeven ze niets te leren. Dat doen het universum en de elfjes voor ons?’
‘Precies Kees, en de rol van de kabouters is ook niet geheel uit te sluiten,’ sprak Marnix handenwrijvend. Vafara en Kees stonden met wijd opengesperde ogen van verbazing bij de aanblik van Marnix Glibberaars’ bloedserieuze gelaat. Niet wetende of ze andermaal in lachen uit moesten barsten of moesten kijken of er nog ergens in de school een pot valium te vinden was.
‘Overigens, neem het Fraukje niet kwalijk. Ze is momenteel een beetje gespannen.’
Nog voor beide docenten iets konden zeggen, was de directeur alweer weg.

Enige momenten later werd Fraukje door Marnix in zijn kantoor ontboden.
‘Verlies nooit meer je zelfbeheersing Fraukje, echt nooit meer.’
‘Ach Marnix, ik kon het even niet meer aan. Wat wij doen is het beste voor de kinderen en overal in het land duiken van die intens koppige types op die dat willen afwijzen.’
Fraukje begon te snikken. Marnix reikte haar een tissue aan.
‘Types als die Evertdina van Gawegol. Ik kan ze niet uitstaan!’
Marnix knielde voor haar neer en legde zijn handen op haar knieën.
‘Fraukje, je moet vertrouwen hebben in de grote leider.’
Daarna deed Marnix het rode lichtje maar weer eens aan….

Tegen het eind van de dag was er niemand meer aanwezig in het gebouw van
het Inanislyceum. Niemand op de directeur na. Bijna sluipend schoof hij zachtjes de trap af naar de kelder. In een donkere hoek achterin opende hij een luik en ging via een touwladder naar beneden. Deze ruimte leek wel een bunker. Alhier stonden enkele computers en allerhande apparatuur. Marnix drukte op een knop. Op de ronde tafel in het midden verscheen een holografische projectie van een sinister figuur in een lange zwarte mantel met een gasmasker en een veel te grote Duitse helm op. Marnix wierp zich diep en nederig neer.
‘Gegroet oh Barth Betweter mijn omnipotente meester.’
Ssshhh, ssshh, gegroet mijn trouwe leerling, sshh.’
Het geluid van lord Betweter’s zware ademhaling galmde door de kamer.
‘Het verzet tegen onze plannen groeit oh lord Betweter.’
‘sshh, sshhh, ik heb het ook gemerkt. Sshhh, ssshh. Hoe is de situatie bij jou Marnix? Sshh, sshh.’
‘Alleen enkele twijfelaars. De rest zijn nog steeds brave gehersenspoelde gelovigen.’
‘Het aantal twijfelaars groeit overal, ssshh, sshh. Dit land is koppig, sshh, sshh.’
‘Is het tijd om harder op te treden meester?’
‘Sssshhh, sshh, nee. Het huidige plan is nog maar in de beginfase, ssshh, sshh. Het zal niet aflopen net als met het studiehuis, ssshh sshh.’
‘Toen hadden we het land onderschat oh meester. Onze pogingen daarna gingen ook niet ver genoeg.’
‘UUAAGH UAAAGH UGHE UGHE UCHE!’
‘Wat doet u meester?! Wat doet u?!’
‘Oh niets, ssshh, ssshh, ik ughe ughe, verslikte mij in een kruimel knackebröd, ssshh, ssshh.’
‘Wat is de volgende stap meester?’
‘Ssshh, sshh, de verzetshaarden opruimen, sshh, sshh.’
‘De grootste verzetshaard is in mijn nabijheid meester. Een complete school:
het regionaal PUS-college onder leiding van: Evertdina van Gawegol.’
‘Ssshh, sshh, van haar zal je weldra geen last meer hebben mijn trouwe leerling, sshh, ssshh.’
‘Hoe gaat dat gebeuren meester? Wat het PUS-college doet, is bij de wet niet verboden.’
‘Ssshh, ssshh, de minister van onderwijs is in mijn macht, sshh, ssshh. Het zal niet lang meer duren voordat de wet wordt aangepast, sshh, sshh. Dan kan het grote plan worden doorgezet, sshh, ssshh. Het hele land dom wiegen, ssshh, ssshh, en na verloop van tijd grijp ik hier de macht! DE MACHT! SSSHH, UGHE UGHE MUHHAHAHAHAHAHAHAH, ughe….’

Wordt vervolgd

De onderwijstwist deel 2

De onderwijstwist deel 2

(Een hilarische onderwijskomedie in meerdere episodes. Het wordt u afgeraden dit deel te lezen tijdens de maaltijd….)

De locatiedirecteur van het Inanislyceum las met bloeddoorlopen ogen het vonnis voor.
‘U heeft verklaard sympathie te hebben voor het onderwijs van het regionaal PUS-college. Dit instituut is een smet, een regelrecht gevaar! Enkelen van jullie hebben het zelfs gewaagd bij deze poel des verderfs te solliciteren. Op dit verraad is maar één antwoord mogelijk. Daarom luidt het vonnis: ZUIVERING OP DE BRANDSTAPEL!’
De directeur hield zijn neus als een megalomane keizer Nero omhoog alsof hij bij hogere machte bevoegd was de wereld van een groot kwaad te ontdoen.
‘Nee, genade! Doe dat niet, we zullen ons beteren! Alstublieft!’
‘Voor jullie is het te laat. TE LAAT! ONTSTEEK HET VUUR!’
‘NEE!! AAAAAAARGGGGLLL!’
‘Schatje? Joehoee,…..lieverd? Wakker worden, je bent aan het dromen….’
‘grrrmmbllll gerechtigheid! Grrhmmblll …umph HUH!?’
De directeur schrok wakker. Het kostte hem wat tijd om in zijn ogen te wrijven en langzaam het bed uit te strompelen.
‘Jammer…,’ mompelde hij terwijl hij zijn ontbijt wegwerkte.
Eenmaal op school had hij zich in zijn kantoor geïnstalleerd. Kop koffie er bij, zijn spullen uitgestald op het bureau. Toen werd er op de deur geklopt.
‘Ja?’
‘Je wilde mij spreken?’
‘Ah Vafara. Welkom, ga lek-ker zitten.’
De jongedame nam plaats op een van de stoelen aan de vergadertafel in het kantoor. Ze wachtte geduldig terwijl de directeur een laatste email typte en nog wat papierwerk in een daarvoor bestemde map stopte. Daarna ging hij aan het hoofd van de tafel links van haar zitten. Enige seconden later betrad een afdelingsleidster de ruimte.
‘Dag Marnix.’ De zangerige toon waarop ze de directeur begroette, droop de honing van af.
‘…Goedemorgen,’ Hoe Vafara werd begroet, klonk meer alsof het er nog nét van af kon.
Ze gaf een koele knik terug.
‘Mooi, Fraukje is er ook. Laten we beginnen.’
De vrouw legde eerst haar schrijfblok, een mobiele telefoon en een pen keurig geordend op tafel. Haar koffie stationeerde ze nauwkeurig op vijf centimeter afstand van haar schrijfblok. Daarna nam ook zij plaats, recht tegenover haar collega.
‘Vafara, hoe gaat het met je?’
De directeur probeerde zijn meest op het gemak stellende gezicht op te zetten. Het veroorzaakte bij Vafara niet het beoogde effect. Ze vond het altijd al een enge man met zijn hippe polo’s, zijn lakschoenen, zijn krulpermanentje en zijn gluiperige uitstraling.
‘Goed,’ antwoordde ze kort en duidelijk.
Fraukje zuchtte geïrriteerd en krabbelde iets op haar schrijfblok. Dat deed ze wel vaker op deze manier. Altijd tijdens vergaderingen als Vafara iets zei, begon zij óf gelijk demonstratief te schrijven óf ze probeerde zo snel mogelijk haar opmerkingen af te doen als onbelangrijk.
‘Vafara, laat ik maar gelijk met de deur in huis vallen. Wij hebben je hierheen geroepen omdat we ons een beetje zorgen maken om jou.’
Vafara was een jongedame die niet van spelletjes hield. Bruinwerken had ze een hekel aan en gluiperige gesprekstechnieken waar alle managementsboekjes vol mee staan, hoefde je bij haar ook al niet mee aan te komen.
‘Dan ga je me nu ongetwijfeld vertellen waar je je precies zorgen om maakt?’
‘Zeg jongedame, wil jij je toon wel eens matigen?’, Fraukje zag haar kans schoon om weer eens op te vallen bij de directeur. Die suste nu de situatie.
‘Laat maar Fraukje.’
‘Ik zou ook niet weten wat ik verkeerd heb gezegd eigenlijk.’
Het irriteerde Fraukje mateloos dat Vafara geen enkel ontzag voor haar toonde.
‘Vafara. Ik neem aan dat je de gebeurtenissen van onlangs hebt gevolgd?’
‘Waar doel je precies op? Er gebeurd zo veel in de wereld.’
De directeur hield vast aan zijn gladde glimlach.
‘Laat me je even een beetje helpen. Ik bedoel de gebeurtenissen rondom het Regionaal PUS-college.’
‘Ja, en wat wil je me precies vertellen?’
De vriendelijke glibberige gelaatsuitdrukking van de schoolleider werd langzaam monsterlijk dreigend. Fraukje kreeg bijna tegelijk een valse blik in haar ogen.
‘Er wordt gefluisterd dat jij je wel kan vinden in hun benadering van onderwijs. Je begrijpt dat wij….’
Het gesprek werd abrupt onderbroken door het geluid van de telefoon.
‘Inanis Lyceum met Marnix’
‘Ah Marnix, je spreekt met Kees-Jan….’
‘Hallo Kees-Jan! hoe is het?!’
Dat klonk als een typisch gevalletje: “ouwe jongens krentenbrood.”
‘Een momentje Kees-Jan.’
Hij hield zijn hand op de hoorn.
‘Vafara, we moeten dit gesprek afbreken. We zullen het op een ander moment voortzetten.’
Hij schakelde weer terug in zijn gladde glibberige façade. Vafara trok een gezicht van: “het zal wel” en verliet de kamer. De directeur knipoogde naar Fraukje.
‘Hier ben ik weer Kees-Jan.’
‘Ja Marnix, ik bel omdat ik goed nieuws heb voor je. Als het een beetje meezit, ben je spoedig van dat PUS-college af. We gaan ze binnenkort een bezoekje brengen en ik ga het leiden.’
‘En op grond van welke reden?’ Marnix begon steeds heftiger te glunderen.
‘Heel simpel. Ze bedrijven onderwijs dat tegen de eisen van deze tijd in gaat. Leerlingen moeten de volledige vrije ruimte krijgen voor zelfontplooiing en die krijgen ze daar niet. Dat is precies de reden dat de inspectie een bezoek heeft aangekondigd. In het gunstigste geval kan ik misschien zelfs een sluiting voor elkaar krijgen.’
Marnix had de telefoon op speaker gezet. Fraukje moest moeite doen om niet spontaan klaar te komen bij wat ze hoorde.
‘Oh Marnix,’ ze viel hem smeltend en kwijlend in de armen. Die drukte snel op de knop voor het lampje: “niet storen”. Hij was lang niet meer zo onwel als vorige week toen die journalist op bezoek kwam.

Ruim anderhalve week later arriveerde de onderwijsinspectie op het regionaal PUS-college. Aan het hoofd de bewuste inspecteur genaamd: Kees-Jan.
‘Goedemorgen, Evertdina van Gawegol. Komt u verder.’
De directrice van het door de gevestigde orde verketterde PUS-college begroette hen beleefd.
‘Kees-Jan Gladde. Onderwijsinspectie.’
‘Hendrik Windenwaaier,’ sprak de tweede inspecteur monotoon en kortaf.
Bij de eerste korte tour door de school op weg naar het kantoor van de directrice hadden de beide heren verwacht dat ze bedompte saaie grijze lokalen te zien zouden krijgen. Tralies voor de ramen. Kinderen met hun enkels aan schoolbanken geketend in rijen of wat voor belachelijke denkbeelden er dan ook heersten over het onderwijs van vóór 2020. Mevrouw van Gawegol opende de deur naar haar werkplek.
‘Neemt u plaats. Wilt u iets drinken?’
‘Nee, dank u.’
De inspecteurs gingen zitten. Alle twee met een starre blik in de ogen die duidelijk maakte dat ze op oorlogspad waren. Niet van plan weg te gaan voordat ze genoeg aanleiding hadden gevonden om deze onderwijsinstelling met de grond gelijk te kunnen maken. Het liefst letterlijk.
‘Laat ik meteen ter zake komen. Uw school wordt er van verdacht methoden te hanteren die niet meer van deze tijd zijn en schadelijk voor de persoonlijke ontwikkeling van het kind.’
Van Gawegol begon pas met reageren nadat ze eerst rustig was gaan zitten. Dit viel de inspecteurs wat tegen. Ze hadden gehoopt dat ze kribbig zou worden of anderszins van de wijs gebracht.
‘Dan mag u mij gaan vertellen waar u dat op baseert. Graag compleet met grondige onderbouwing.’
‘In tegenstelling tot….’
‘Voordat u daar mee gaat beginnen, zou ik het wel op prijs stellen als u wacht tot mijn staf is gearriveerd…..’
Na enige momenten van ongemakkelijke stilte kwam een flinke brede kerel met een grote baard binnen gevolgd door een kleine pittige dame met bruine krullen. De dame gaf de inspecteurs eerst een hand.
‘Goedemorgen, Sophie de Beer.’
De inspecteurs mummelden hun namen en probeerden zo nors en zakelijk mogelijk over te komen. Dat werd wat moeilijker toen ze door de grote brede afdelingsleider de hand werden gereikt.
‘Ik ben Dries Gevoeligheid, aangenaam.’
‘aaaaaagghhhrr grrrhhhrkkk,’ de twee inspecteurs beten op hun tanden omdat zojuist hun hand door de kolenschop van deze baardige man werd fijngeknepen.
‘Fijn, nu iedereen er is verzoek ik u met uw verhaal te beginnen,’ sprak mevrouw van Gawegol met haar allervriendelijkste glimlach. Lichtelijk gefrustreerd omdat hun poging tot intimideren gelijk bij binnenkomst was mislukt, gingen de heren dan maar door met de rest van het “aanvalsplan” dat ze in gedachten hadden.
‘In tegenstelling tot hetgeen met ministerie heeft uitgevaardigd, geeft u de kinderen les en doet u aan kennisoverdracht. In het hedendaagse onderwijs is men het er over eens dat dit verstorend werkt op de vrije ontplooiing van het kind.’
Sophie de Beer haakte gevat in op die aantijging.
‘Ik ben bang dat er hier wat verschillen zijn in opvattingen over wat werkelijk bevorderlijk is en wat niet.’ Nog voordat een van de inspecteurs op haar wilde reageren, viel Evertdina van Gawegol haar genadeloos bij. ‘Ik denk dat u beter dan maar gelijk met de leerlingen in gesprek kunt gaan en dan kunnen wij het daarna nog eens hebben over de reden dat u hier bent.’
De sfeer werd er niet vriendelijker op….
‘Wilt u de Heer Gevoeligheid en Mevrouw de Beer volgen?’
Zo geschiedde het….

De twee stafleden van het PUS-college namen de inspecteurs mee de gangen in.
‘Waar zijn uw leerlingen nu mee bezig?’
‘U treft het, ze werken nu bijna allemaal aan het ontlastingproject. U zult het vanzelf zien als we de lokalen langs gaan.’
‘En hoe bent u er toe gekomen om dit, hoe noemt u het: “ontlastingproject”?
‘Ja precies, het ontlastingproject.’
De inspecteurs keken elkaar bedenkelijk aan.
‘Hoe bent u er toe gekomen dit te gaan doen? Nemen alle leerlingen hier aan deel?’
‘Ja, hoezo?’
‘Hoe zit het dan met de keuzevrijheid. Is hier geen sprake van opleggen en dwang?’
Dries Gevoeligheid draaide zich bruusk om en reageerde met een geagiteerde blik van onder zijn borstelige wenkbrauwen. De inspecteur, Kees-Jan in dit geval, week verschrikt achteruit.
‘Opleggen en dwang doen we hier niet aan heren. Dit hele project kwam voort uit de interesse van de leerlingen en wij gaven gehoor.’
‘Meneer Windenwaaier? Wilt u mij volgen. Dhr Gevoeligheid zal uw collega verder rondleiden.’
Zonder iets te zeggen liep Windenwaaier met Sophie de Beer mee naar kunstlokalen. Dries Gevoeligheid gebaarde Kees-Jan Gladde hem te volgen naar een van de praktijklokalen voor natuur- en scheikunde. Bij de kunstafdeling aangekomen, opende Sophie de deur voor de inspecteur. Op elke tafel in het lokaal lag in het midden een kakelverse drol. Daaromheen zaten groepjes kinderen deze in diepe concentratie na te tekenen. Eerst schrok Hendrik Windenwaaier hevig van dit tafereel. Dit sloeg al snel om in bewondering toen hij de kwaliteit van de tekeningen zag. Dit is wel heel wat anders dan dat broddelwerk dat ze op andere scholen maken,” waren zijn gedachten. De kinderen beeldden moeiteloos de structuur en textuur van het geurige voorwerp uit op het tekenpapier. De heer Windenwaaier was overigens kunstdocent voordat hij bij de onderwijsinspectie ging werken. De volgende gedachte: “Hier wordt ze tenminste nog wat geleerd,” kon hij moeilijk onderdrukken. Zijn oog viel op het werk van een van de kinderen in het bijzonder. Compleet met kundige toepassing van licht- en schaduweffecten was deze tekening zo realistisch dat de expressieve weergave van dit specimen van menselijke verlichting bijna op je af kwam kruipen. Windenwaaier leek zelfs even te vergeten wat hij hier kwam doen. Zwijgend bleef hij kijken naar de verrichtingen van dit jonge talent.
‘Weet u genoeg meneer Windenwaaier?’
‘..prachtig,’ mompelde hij glimlachend.
‘Meneer Windenwaaier?’
De inspecteur realiseerde zich dat hij uit zijn rol was gevallen. Snel schakelde hij weer om.
‘Ja, ik wil graag naar het volgende lokaal.’

Dries Gevoeligheid bevond zich inmiddels met inspecteur Kees-Jan Gladde in een van de praktijklokalen van de bètavakken. Die bestonden op het PUS-college nog…..
Kees-Jan besloot bij een leerling te gaan kijken die met een veiligheidsbril op, een labjas en handschoenen aan allerlei proeven aan het doen was op wederom een dampende drol.
‘Komt dit nu echt uit jezelf of is dit opgelegd door de leraren?’
De inspecteur hoopte dat de jongen een dramatisch verhaal over dwang, onderdrukking en dat soort dingen zou gaan afsteken.
‘Meneer, dit komt echt helemaal uit mezelf.’
Kees-Jan spande zijn neusvleugels.
‘En heb je niet het idee dat wat je nu aan het doen bent je persoonlijke vrije ontplooiing in de weg staat?’
‘Hoe bedoelt u?’
‘Je móet onder strenge veiligheidsmaatregelen werken. Je móet een veiligheidsbril op. Je móet een vaste procedure hanteren. Voel je je niet enorm beperkt?’
‘Uhhh, nee. Ik vind dit gewoon interessant.’
‘Mis je niet de mogelijkheid om jezelf te verkennen. Het lijkt mij dat je de kans niet krijgt te ontdekken wie je bent omdat je je met dit soort wetenschappelijke zaken moet bezighouden?’
De jongen liet zich op geen enkele wijze woorden in de mond leggen.
‘Meneer, ik heb u toch net al gezegd dat dit helemaal uit mezelf komt,’ terwijl hij met gestrekte hand naar de majestueuze bolus onder de glazen stolp wees. ‘Als dat niet het verkennen van jezelf is, weet ik het ook niet meer.’ De jongen pakte er een lijst bij met allerlei scheikundige formules en omschrijvingen. ‘Wilt u het onderzoek zien? Ik ben deze ochtend al een heleboel over mezelf aan de weet gekomen!’ Met een brede rotgrijns reikte hij de stukken papier aan.
‘Ik weet genoeg, dank je wel.’ Kees-Jan besloot het gesprek te beëindigen voordat hij door de aanblik van de bruine substantie over zijn nek ging.
‘En heren, heeft u een beeld gekregen van de gang van zaken hier?’
Kees-Jan Gladde moest zijn best doen om niet enorm kwaad te worden. Hendrik Windenwaaier begreep ook dat de reden waarom ze hier waren eigenlijk geen enkele grond had. Kees-Jan probeerde nog wel wat.
‘Mevrouw van Gawegol, ik begrijp iets niet. Uw collega hier, Dhr Gevoeligheid, stelt dat dit project is opgezet omdat de leerlingen het graag wilde?’
‘Ja dat klopt.’
‘Dat kan ik mij dus niet voorstellen. Alle leerlingen die allemaal tegelijk hetzelfde willen. Dat riekt bij mij er naar dat u daar op hebt aangestuurd.’
‘Als u het strikt bekijkt, misschien hebben wij wel een beetje gestuurd ja.’
Kees-Jan Gladde veerde op.
‘U begrijpt dat wij hier notitie van moeten maken. Keuzevrijheid is een van de pijlers in het hedendaagse onderwijs. Die heeft u geschonden!…’ Hij sprak overactief en begon bijna te schuimbekken.
‘Dat denk ik niet meneer Gladde. U moet een mens eerst eens laten uitpraten voordat u met een religieus fanatisme ergens bovenop springt!’
Kees-Jan moest andermaal moeite doen zijn irritatie te verbergen terwijl Evertdina van Gawegol haar verhaal afmaakte.
‘Wij hebben slechts de vraag gesteld: “Naar wat zou je nu eens onderzoek willen doen waar misschien verder helemaal niemand in is geïnteresseerd?” Een van de leerlingen riep: “mijn ontlasting juf. Die boeit verder helemaal niemand!”, veel anderen reageerden dat ze dat eigenlijk best een grappig project zouden vinden. Bijna de hele school ging er vrijwillig in mee, dus wat wilt u nu eigenlijk nog aantonen?’
Windenwaaier en Gladde hadden hier niets meer op te zeggen.
‘Wilt u de financiën en andere gebruikelijke zaken nog inzien?’, vroeg Sophie de Beer met een glimlach.
‘Nee, wij weten genoeg. U hoort van ons.’ Kees-Jan stond op en Hendrik Windenwaaier volgde.
‘Dries, laat jij onze gasten even uit?’
Kees-Jan Gladde beende inwendig ziedend de school uit omdat hij niet voor elkaar had gekregen waar hij voor gekomen was. Hendrik Windenwaaier verliet het PUS-college daarentegen met een heel andere kijk op de zaken. Dat hield hij omwille van zijn baan wijselijk voor zich.
‘Mooi gedaan Dien!’, zei Dries
‘Mag ik nu dan eindelijk de slappe lach krijgen?’, vroeg Sophie.
‘Laat je maar gaan hoor. Koffie?’
Gezamenlijk schoof de schoolleiding richting docentenkamer. Onderweg stapte ze nog even de keuken binnen waar een groepje leerlingen zojuist bezig was met opruimen en schoonmaken.
‘Hallo Mevrouw van Gawegol? Zijn ze er in getrapt?’
‘Truusje-Fatima, het was hi-la-risch. En jullie allemaal bedankt voor je inzet.’ Evertdina hield haar handen op elkaar toen ze dit zei. ‘Een héle middag non stop peperkoekdrollen bakken. Goed gewerkt!’
Aangekomen in de docentenkamer schakelde de directrice de intercom in. Ze pakte de microfoon en haar stem schalde door de school: ‘Ze zijn weg hoor! Vreet die drollen maar lekker op kinders, we gaan weer normaal doen!’

Wordt vervolgd….

De onderwijstwist

(Een hilarische onderwijskomedie in meerdere episodes)

Nederland 2028. Recentelijk ging er een schok, zo niet een psychische aardbeving door onderwijsland. Diverse fracties in de tweede kamer hadden getracht vragen te stellen aan de minister. Die was door niet nader verklaarde omstandigheden niet in staat om de kamer noch de pers te woord te staan…..
De recente commotie was veroorzaakt door een school voor voortgezet onderwijs ergens in het westen van het land. Aldus de gevestigde orde had deze onderwijsinstelling onlangs een verontrustend onderwijsconcept ingevoerd.
Het regionaal PUS-college haalde de media met de verbijsterende slogan:
“wij knijpen er uit wat er in zit!” Onderwijskundigen, educatiegoeroes, iedereen van een beetje invloed tot en met een zwaarwegende stem, allemaal vielen ze bij bosjes over de in hun ogen misdadige benadering van onderwijs. Een journalist van een landelijke krant stelde de vraag wat er nu zo zorgwekkend was aan de praktijken van het PUS-college.
‘Beste man, dat zal ik u proberen te vertellen,’ sprak de directeur van de naburige concurrerende scholengemeenschap: het Inanislyceum. Voor alle zekerheid hadden de docenten een ambulance laten aanrukken voor het geval hun teergeliefde directeur het allemaal teveel werd. De man begon met zijn ogen te knipperen en er ging een siddering door zijn lijf. Een van zijn afdelingsleidsters legde haar arm om zijn schouder en keek hem bemoedigend aan. Dit deed hem besluiten de journalist toch maar antwoord te geven. ‘Het regionaal PUS-college,’ prevelde hij met trillende stem…. ‘Het …..regionaal PUS-col-lege……geeft les! Ze geven daar LES!! …LES!!’ Nu kreeg de arme directeur het echt te kwaad, zijn emoties namen hem over. De afdelingsleidster, de leerlingcoördinator en twee vooraanstaande docenten schoten toe om hem te ondersteunen. Hij kreeg het benauwd en liep rood paars en blauw aan. Het ambulancepersoneel greep zonder aarzeling in. Het zuurstofmasker werd er bij gehaald waarna de de schoolleider binnen afzienbare tijd op de brancard lag. Voordat hij de ambulance in werd geschoven, pakte hij nog even snel de andere afdelingsleider bij de arm. ‘Neem hijg hijg…het interview…..over, hijg hijg….het land, hijg hijg moet de waarheid weten.’
De sirenes klonken nog lang door in de verte terwijl de afdelingsleider het gesprek met de journalist voortzette. Zelf was hij ook nog aangeslagen door de gebeurtenissen van zonet.
‘Wij zitten er hard aan te denken de directie van het PUS aan te klagen wegens kindermishandeling.’
‘Kindermishandeling zegt u? Dat is een behoorlijke beschuldiging. Waar meent u dat op te kunnen baseren?’
Iets in de toon van de journalist beviel de afdelingsleider helemaal niet. Ondanks de irritatie die duidelijk van zijn gezicht te lezen viel, lukte het hem wel om zo inhoudelijk mogelijk te reageren.
‘De kinderen die daar zitten, worden gedwongen ken-nis tot zich nemen. Zaken uit hun hoofd leren, opdreunen. Ze moeten “correct” Nederlands leren en zelfs ook vreemde talen als Engels en Frans.’
‘En dat vindt u verkeerd?’ De journalist was van een generatie van voor “de grote onderwijsrevolutie” in Nederland van 2020. De afdelingsleider bleef de goede man zo beleefd mogelijk te woord staan, hoe zwaar dit hem ook viel.
‘Niet voor niets zijn die vakken ooit vervangen door het vak: “creatieve taalbenadering”. Een kind moet in staat zijn om zelf woorden te verzinnen en zo het dat wenst desnoods een hele eigen taal. Daar komt het unieke wezen van het kind juist in tot zijn recht. Dat alles blijft braak liggen als een kind zich met de officiële talen moet gaan vermoeien.’
‘En hoe kan je je dan in het buitenland ooit verstaanbaar maken als je die talen niet leert?’
De afdelingsleider ging steeds vuiler kijken. ‘Het ministerie had reeds lang geleden uitgevaardigd dat we dat offer voor lief moesten nemen. Alles voor de zo vrij mogelijke ontplooiing van het kind!
Daarbij stellen de moderne IT-middelen ons tegenwoordig heel goed in staat om taalbarrières te slechten door alles gewoon op te zoeken.’
De journalist fronste en ging zo zakelijk mogelijk verder met het interview.
‘Kunt u nog meer voorbeelden geven?’
‘Jazeker dat kan ik. Ze leren daar natuurkunde en scheikunde. Ik heb werkelijk te doen met die arme kinderen.’
Nog voordat de journalist door kon vragen, ging de afdelingsleider zelf al op zijn woorden in.
‘Het vak “natuurspeculatie” is ooit in het leven geroepen omdat de harde wetenschap wederom die vrije ontplooiing blokkeert. Het heeft al die jaren alle verbeelding bij voorbaat in de kiem gesmoord. Het beleven van de wereld om ons heen kan veel beter in een staat van onwetendheid zodat er over gefantaseerd kan worden. Dat is voor de menselijke vorming vele malen belangrijker dan harde kennis’.
‘En hoe uit zich dat vandaag de dag in de onderwijspraktijk?’
‘Bijvoorbeeld als een kind de overtuiging heeft dat de aarde rond is, moeten wij daar geen ontmoedigende houding tegenover zetten.’
‘De aarde is toch ook rond?’
De journalist zag nu samentrekkende neusvleugels op het gezicht van zijn gesprekspartner.
‘Precies wat ik bedoel: wij geven ruimte aan diversiteit in opvattingen. Daardoor leveren wij kinderen aan de samenleving af die een open blik hebben.’
‘Nou goed, u stelt dus dat overdracht van kennis niet nodig is in het onderwijs?’
‘Zodra het kind er aan toe is, zal het vanzelf naar kennis gaan zoeken. Daar hoeven wij ons niet mee te bemoeien. Als wij dat wel doen, zou het zelfs schadelijk kunnen zijn!’
De journalist zag hoe de ogen van de afdelingsleider gingen rollen als die van een religieus fanaticus. Instinctief voelde hij aan dat hij nu beter niet meer al te kritische vragen kon stellen omdat het gesprek anders wel eens zou kunnen escaleren. Tegen zijn gevoel in besloot hij zijn beroepsethiek boven zijn persoonlijke veiligheid te stellen en vroeg toch door.
‘U heeft waarschijnlijk ook vernomen dat de laatste maanden in de samenleving steeds luider de vraag word gesteld waarom kennisoverdracht uit het onderwijs is verdwenen. De opkomst van een school als het PUS-college lijkt in die zin geen op zichzelf staande oprisping te zijn. Hoe staat u tegenover die ontwikkelingen?’
‘Meneer ik had al van begin af aan het vermoeden dat u niet van zins bent om uw ogen te openen voor wat het werkelijke doel is van onderwijs. U heeft vast jarenlang zitten wegkwijnen in een klaslokaal. Heeft u soms ook nog tafels moeten opdreunen? Iedereen die voor 2020 op school zat, is afgestompt.’
‘Los van dat ik mijn schooltijd zo niet heb ervaren, wil ik voorstellen dat we dit gesprek beperken tot de actuele situatie. Wilt u reageren op mijn vraag?’
De journalist bleef netjes waar de afdelingsleider zijn uiterste best moest doen hem niet aan te vliegen. Negatieve publiciteit kon zijn school nu beslist niet hebben dus hij wist zich nog net te beheersen.
‘Laat ik een ander voorstel doen. Wij beëindigen dit interview voordat er onaangename situaties gaan ontstaan’….
‘In dat geval wens ik u nog een fijne dag….’
De journalist verliet het pand. Een aanklacht wegens bedreiging vond hij ook wel weer wat overdreven en niet bijster sportief. De man wist dat hij een gevoelig punt had aangesneden en dat daar wel eens een overtrokken emotionele reactie op zou kunnen volgen. Hij besloot er niet over te gaan piepen…..

Wordt vervolgd……..

De verwijfde samenleving

De verwijfde samenleving

Jongens en meisjes zijn gelijk, maar niet hetzelfde”, zo begint het spotje van SIRE (Stichting Ideële Reclame) over de kwestie of jongens nog wel jongens mogen zijn. Velen lieten zich er met een hoop kabaal over struikelen. Het was belerend en er zijn ook meisjes die in bomen klimmen. Wat denken ze wel, iedereen even te kunnen vertellen hoe wij ons jonge manvolk moeten opvoeden? SIRE werkt met stereotypen, niet meer van deze tijd etc. etc. etc. etc. etc. etc. etc. Volgens mij stellen ze met de campagne een hele normale vraag waar ouders best over mogen nadenken. Dat we het hier met zijn allen bij voorbaat verkeerd doen, haalde ik er niet uit en werd ook niet gesuggereerd. Niet dat het had uitgemaakt hoe vaak ze dat hadden benadrukt en in welk perspectief en met welke nuances de campagne moest worden bezien. Wie ergens over wìl vallen, lààt zich vallen! Vragen stellen, zaken onder de aandacht brengen, aanzetten tot nadenken is wat deze stichting probeert te doen. Of ze dat altijd even goed aanpakken en legitieme onderwerpen kiezen, kan over worden gediscussieerd. Je kunt van SIRE vinden wat je wilt, kritische vragen stellen is bijna dapper in een land als het onze vol met betweters, lange tenen en politiek correcte microscoopcopuleerders.

Dat ze de campagne in een vraag hebben gegoten, vind ik nog vrij netjes van ze. Wat mij betreft hadden ze ronduit gezegd dat de hele samenleving gewoon compleet is verwijfd. Het gaat niet alleen om de jongetjes die nauwelijks hun testosteron kunnen ventileren. De hele mannelijkheid zit in het nauw. Nu in 2017 stellen ze eindelijk eens die vraag over jongetjes. Het verbaasd mij enorm dat ze in die vijftig jaar dat ze bestaan nog niet een kwestie hebben aangekaart als: “laat jij je man wel genoeg man zijn”? Waar SIRE dit veel grotere probleem dat er onder zit al die tijd heeft laten liggen, heeft bierproducent Bavaria in 2006 wél geprobeerd een noodkreet te slaken. Met hun zorgvuldig afgewogen doch rake commercial hadden ze de hedendaagse tragiek van het man zijn niet beter kunnen illustreren. Natuurlijk wilden ze bier verkopen, geef ze eens ongelijk. Sire brengt immers ook terloops onverwoestbare broeken aan de mens (Als ik: “aan de man” zou neerzetten, krijg ik weer van die genderneutraliteitsactivisten op mijn dak). Daarnaast wilden ze in hun goedheid ook een maatschappelijk signaal afgeven. Niemand die de diepere lading doorhad, helemaal niemand…… Een wijnproducent had maar eens een verhulde boodschap tegen vrouwonvriendelijkheid of zo in een commercial moeten stoppen. Reken maar dat zoiets wél meteen wordt opgemerkt. Als de tweede kamer al niet massaal was gaan steigeren, had de VN wel een kordon tuinbroeken op sandalen naar ons land gestuurd. Toen werd de hint van Bavaria al niet begrepen en nu zijn we zo ver dat het hele publieke leven ook nog eens genderneutraal moet worden. Ik vraag me af of je transgenders wel een plezier doet met de politiek correcte ophef van onlangs. Los daarvan gun ik hen op zeker een respectabele plaats in de samenleving. Zolang het niet doorslaat in overdreven maatregelen, vind ik het een goede zaak dat er aandacht is voor gelijkwaardigheid. Helaas lijkt dat binnen de hedendaagse opvattingen vooral vrouw- en transgendervriendelijkheid te betekenen. De bruutsimpele mannelijkheid is door de jaren heen steeds meer in de ban gedaan.

Ga maar na: eten schijn je tegenwoordig met bestek te moeten doen. Scheten laten in de publieke ruimte mag al jaren niet meer. Mannen worden zoet gehouden met een spelletje van twee teams bestaande uit elf zorgvuldig geselecteerde prima-ballerina’s. Die moeten proberen om zo vaak mogelijk bij elkaar een balletje tegen touwen te trappen. Op zaterdag of zondag moet het manvolk mee naar de meubelboulevard, bij voorkeur gekleed in een roze polo. De tuin van de buren onderpissen heet sociaal-onwenselijk, vroeger was het gewoon je territorium markeren. In het basisonderwijs leren kinderen suffe liedjes en papieren bloemetjes plakken in plaats van kampvuren maken en grizzlyberen met de blote handen in de houtgreep leggen. De samenleving is te zoetsappig geworden. Alles wat té grof, te direct, té simpel, té lomp, té ongecompliceerd, té onbeschaafd, ofwel: té mannelijk is, wordt afgedaan als een bedreiging voor de beschaving.

Als substituut is er een modebeeld van de man geschetst dat totaal niets meer van doen heeft met man zijn. Dat is er de oorzaak van dat veel vrouwen liggen te mekkeren dat ze een man willen die lief is, zorgzaam, meehelpt in het huishouden, poepluiers verschoont, haar begrijpt, naar haar luistert. Kortom: voldoet aan het profiel van een gladgeschoren metroseksueel. Dames, vlieg een eind op met dat collectieve toneelstuk ingegeven door het chroomlaagje dat voor beschaving moet doorgaan. Jullie zijn nog geen steek veranderd sinds dat de mens rechtop heeft leren lopen. Een vrouw is nog steeds een bijeengeraapt zootje hormonen dat gewoon het liefst geconfisqueerd wil worden door een beest van een man. (zie column: ongewenst overdreven e.a.) Omdat we ons nu allemaal in die beschaving veilig wanen, zou een beest van een man zogenaamd niet meer nodig zijn. Het gevolg is dat manlief zich vandaag de dag moet bezighouden met de hypotheek, zijn krulpermanent en of alle keukenapparaten wel een bij elkaar passend kleurtje hebben. Voor mijn voorvaderen was het een stuk makkelijker: dit is mijn speer, daar loopt een zwijn en we hebben trek! Dat en af en toe een Romeins legioen aan gort stampen waren de voornaamste prioriteiten. Verder terug in de geschiedenis, in de oertijd deden ze ook al niet aan die modieuze hofmakerij van tegenwoordig. Vroeger gaf je de dame van je gading gewoon een tik met je knots en je sleurde haar je hol in. Zolang je dan maar dagelijks met een stuk dood wild over je schouder thuis kwam, was vrouwlief tevreden. Tegenwoordig moet je met haar com-mu-ni-ce-ren. Wat een onzin!

Laat ik eens wat illusies met de grond gelijk maken. Met dorpen en nederzettingen mag ik dat niet meer doen want dan wordt besloten dat ik een agressieprobleem heb. Voor je het weet, zit je in een tbs-kliniek. Hier komt ie, niet schrikken: Mannen zijn niet begrijpend en zorgzaam zijn ze ook niet. Beschermend: ja, dat zijn ze! Een man die luistert? Vergeet het maar! Mannen luisteren niet, kunnen ze niet, leren ze nooit, ze doen slechts een kunstje dat is ingegeven door de commerciële televisie, vroeger door de Bouquet-reeks, waardoor het lijkt alsof ze romantisch zijn en je begrijpen. Mannen hebben ook niets met huishouden doen en houden al helemaal niet van schoonmaken. De man die zegt van wel is of homoseksueel, wat op zich moet mogen, of hij is bang voor zijn vrouw. Hoe krijg je mannen dan wel aan de schoonmaak? Heel eenvoudig: geef ze speelgoed. Als hij met een snoerloze stofzuiger in een moordend tempo door het huis heen kan rossen, krijgt stofzuigen een dimensie van een soort strijd en het stofvrije huis is de overwinning. Waarom denk je dat de man altijd achter de barbecue staat? Dat verlangen komt voort uit dezelfde evolutionaire drijfveer, een soort beloning na een succesvolle jacht. De meeste mannen jagen niet meer zelf op hun vlees, ze halen het keurig uit de supermarkt. Je moet die uitgestreken, ontevreden smoelwerken eens achter het winkelwagentje zien strompelen. Was de supermarkt maar een oerwoud waarin je zelf je wild mag bejagen. Het zelf roosteren schenkt nog een beetje de bevrediging alsof er een woeste, bloedige, enerverende jacht aan vooraf is gegaan. De band met de oerdriften wordt nog eens onderstreept door het bier dat in grote hoeveelheden het vlees vergezelt. Dan zijn er ook mannen die proberen gelikt te doen door bij de barbecue wijn te drinken. Die zijn ook weer of homo of trachten gesofisticeerd over te komen tegenover hun vrouw. Eigenlijk willen ze gewoon bier, bier, vlees en bier. Zo simpel zijn we dames! Probeer maar niet door die wekker heen te dromen!

Mannen willen ten strijde kunnen trekken tegen vijandige stammen en bulderend thuis komen met een lading schedels om servies van te maken. Na de strijd krijgt eerst moeder de vrouw er goed van langs want die heeft haar beest gemist. Daarna willen we gewoon dat die schedels de hele avond zijn gevuld met bier of mede: de drank van de goden, groooaaahhrr!! De tafel moet vol liggen met gezouten vlees en je baard gebruik je als servet, hulde! Mannen missen de uitlaatklep van de oertijd, mogen niet meer in contact staan met zichzelf. Als jullie dames dat nu eens een keer gaan beseffen misschien zet je man dan vaker uit zichzelf een potje camillethee voor je om daarna de Libelle met je door te spreken. Ik heb de ketel al op het vuur staan…….

Maximus Mopperkloot

 

https://www.youtube.com/watch?v=_BVh9Sr_aQs

https://www.youtube.com/watch?v=EPC1S8PqwzA

https://www.youtube.com/watch?v=h45Tc2M54bE

https://www.nrc.nl/nieuws/2017/07/25/laat-jongens-toch-ravotten-zegt-sire-maar-moet-dat-echt-12237961-a1567856

https://www.trouw.nl/samenleving/sire-campagne-laat-jongens-jongens-zijn~aea1da9a/

https://www.trouw.nl/opinie/sire-campagne-doet-jongens-tekort-en-moedigt-stereotiep-gedrag-aan-~a9fc8273/

Bax in de Branding

De derde column over bier op rij. Het is vakantietijd en ik ben in een redelijk constant ontspannen bui. Wellicht is het goed voor de mensheid als ik deze even niet belast met geschriften over wat er allemaal niet deugt in deze wereld. Binnenkort zal er vast wel weer een of andere misstand zich aandienen waar ik de behoefte bij voel mij er kwaad over te maken. Voor het zo ver is, schrijf ik nog even over een vreedzaam onderwerp als bier.

Laat ik u meenemen naar tien jaar terug in de tijd en wel naar het alleraardigste Göteborg. Met iets meer dan 510000 inwoners de tweede stad van Zweden. Stiekem heeft dat land best wat gemeen met Nederland. Net zoals hier wordt daar de hoofdstad ook aan alle kanten de hemel in geprezen. Stockholm heeft de goede naam terwijl Göteborg rustig doorgaat met een mooie, gezellige en relaxte stad te zijn. Zo wordt Stockholm aangeprezen als een ontspannen stad terwijl ik in Göteborg mensen sprak die de Stockholmers maar gehaast vinden. Grappig ook dat veel Göteborgers liever spreken van 08 net zoals er hier groeperingen zijn die 020 zeggen als ze de hoofdstad bedoelen. Nu gaat dit stuk over bier dus ik zal niet al te diep ingaan op de overeenkomsten die wij hebben met onze noordelijke neven. Voor nu wens ik alleen nog aan te stippen dat ze in Zweden ook goede gehaktballen hebben. En dan bedoel ik niet de diarree-triggers van de IKEA.

Terug naar mijn bezoek aan Göteborg. Ik bevond mij op een zekere middag in The Old Beefeater, een van vele Engelse pubs in de stad. Gelegen aan de voet van het Slotskogen park en in de schaduw van de prachtige Oscar-Frederickskerk. Daar maakte ik voor het eerst kennis met het fenomeen: “half and half”. De goede vriend waarmee ik enkele dagen in de stad verbleef, zag het staan op de bierkaart en raakte geïnteresseerd. Hij kreeg een pint die voor de helft uit lager en de andere helft uit Guinness bestond. Sindsdien heb ik een tijd gedacht dat dit de standaard uitvoering was: half lager, half stout. Later onderzoek wees uit dat het een algemene benaming is voor een mix van twee dranken. In Ierland kan het bijvoorbeeld een halve Guinness en een halve lager zijn maar de combinatie Guinness/Smithwick’s Ale kan ook. Meestal betreft het een combinatie van bieren maar dat hoeft lang niet altijd. Er bestaan zo ik heb gelezen ook combinaties met wijn, koffie of andere niet alcoholische dranken als ijsthee die deze naam dragen.

Ik was toen in elk geval niet van zins om het te proeven. In mijn beleving was het maar een potje gekunsteld bier bij elkaar kwakken waar ik mij als vermeende purist verre van wilde houden. Tegenwoordig ben ik daar een stuk ruimer in. Er is niets verkeerd aan iets goeds maken uit goede producten. Verse aardbeien kun je puur eten, je kunt er ook een lekkere aardbeientaart of een fruitige jam van maken. De cognac waarmee mijn vrouw voor de kerst pruimen op cognac bereidt, mag op zeker wat kosten. Een smakelijke sticky toffeepudding wordt alleen maar smakelijker door deze te bereiden met een scheut van de beste single malt. Een dooddoener als: “dat kun je beter opdrinken”, is grote flauwekul. Als uit een “versmelting” van twee goede bieren een interessante nieuwe smaak komt, is dat dan ook een verrijking van het bierlandschap. Met goede, mooie en lekkere producten maak je mooie, goede en lekkere dingen.

Vanuit die opvatting moest ik een jaar of drie geleden terugdenken aan die dag in Göteborg. Mijn goede vriend vond zijn half and half best lekker en ik kwam op het idee nu ook eens wat te proberen. Ik had mijn favoriete Gulpener Ur-Pilsener in huis en er stonden ook nog wat flessen Oesterstout van de Scheldebrouwerij. Ik besloot om deze twee eens bij elkaar te mikken en het resultaat stelde mij niet teleur. Als mijn hoofd er naar stond, heb ik dit later nog eens enkele malen herhaald. Daarna heb ik nog wel eens wat anders geprobeerd. Bijvoorbeeld een Jopen Extra Stout en een Brand Up bij elkaar. Helaas probeerden deze twee uitgesproken brouwsels elkaar bijna letterlijk het glas uit te beuken. Werkte niet, smaakte niet, niet meer doen dus!

Een stuk enthousiaster ben ik over mijn recente uitvinding. In een eerder stuk heb ik mij al eens positief uitgelaten over enkele pareltjes van de firma Baxbier uit Groningen. Een van de bieren die ik in dat artikel besprak was die met de naam: “Koud Vuur”, een lekkere stevige rokerige porter (Groaaaahhhrrr!!! Heerlijk!!). Toen ik tot mijn grote vreugde deze in het online-assortiment van Ome Albert zag staan dacht ik meteen: “Lang geleden! Lekker! Bestellen die handel”. Twee artikelen geleden schreef ik over het ongefilterd pilsener van Brand. De Bax en de Brand in mijn bierlade naast elkaar zien liggen, bracht mij op een idee. Hoe zou het uitpakken als ik van deze twee eens een half and half zou maken? Het zijn beide ongefilterde bieren met elk een smaak die totaal verschilt van de ander. Tegenstellingen kunnen soms tot mooie dingen leiden. Denk aan Beauty and the Beast, Lady en de vagebond, Maximus en Mevrouw Mopperkloot…..dus waarom zouden deze twee samen niet iets moois kunnen voortbrengen? Eerst ging de Brand in de pul en vervolgens liet de porter van Bax zich gracieus in het voorgaande zijgen. Het resultaat deed me er aan denken dat ik een goede herfstbock graag mag vergelijken met een zwoele brunette. De kleur was diep warm bruin. De smaak is een verhaal apart. Eerst leek het er even op dat de ongefilterde pilsener zou domineren. Een paar slokken later veranderde dit. Wellicht waren de bieren na enige tijd beter vermengd. Voor een volgende keer denk ik dan ook dat ik de pint na inschenken eerst een paar minuten moet laten staan. Als het mengsel goed in evenwicht is, geschiedt een slok als volgt: je proeft eerst lichtelijk overheersend de Brand ongefilterd, dat nog steeds wel, met een wat afgezwakte hint van de porter er doorheen. Daarna komt Bax in de afdronk juist ineens wat sterker opzetten en lijkt Brand wat afstand te nemen. Zo zijn beide bieren constant een soort van om elkaar heen aan het knuffelen met je tong als matras. Het goed proeven van dit spelletje vergt wel wat moeite en wellicht zal dan ook niet iedereen het kunnen waarderen. Het is ook niet beter of lekkerder dan de twee bieren afzonderlijk. Het is een andere smaakbeleving die ik óók heel erg lekker vind. Zo lekker dat ik er een naam aan durf te geven. Ik doop mijn uitgevonden half and half bij dezen: Bax in de Branding! Met dank aan Bax Bier en Brand Bier.

Op uw gezondheid!

Maximus Mopperkloot

https://en.wikipedia.org/wiki/Half_and_half

http://www.scheldebrouwerij.com/schelde-bieren/oesterstout

http://baxbier.com/koudvuur/

https://maximusmopperkloot.wordpress.com/2017/06/11/ongefilterd/

https://maximusmopperkloot.wordpress.com/2016/04/17/david-bowie-en-de-ouwe-pruim/